Wraak en straffeloosheid

 Beeld: Ma'an news agency

Beeld: Ma'an news agency

Gisteren, woensdag 18 januari, werden twaalf olijfbomen van Palestijnen vlakbij het dorp Turmusayya (Ramallah district) vernield. Luba al-Samri, woordvoerder van de Israëlische politie, verklaarde dat bij de beschadigde bomen slogans in het Hebreeuws met graffiti op nabijgelegen rotsen werden aangetroffen. Deze slogans roepen op tot wraak. 

Het gebeurt vaak dat Israëlische kolonisten Palestijnse burgers aanvallen en hun bezittingen vandaliseren. Olijfbomen zijn ook vaak het doelwit. Kolonisten - die volgens het internationaal recht illegaal op de Westoever verblijven - steken vaak de bomen in brand, gooien er gif of rioolwater op, of bewerken de bomen met een bijl of iets anders. Deze aanvallen zijn bekend onder de naam “price tag” oftewel “prijskaartje”. De aanvallen worden gezien als vergelding voor een politieke beslissing welke in de ogen van de kolonisten onjuist was, maar soms is er ook geen aanwijsbare reden en is haat de motivatie. De Palestijnse slachtoffers van het “price tag” vandalisme hebben zo goed als altijd niets te maken met dat wat de kolonisten willen wreken.

Straffeloosheid

Activisten en mensenrechten-organisaties hebben aandacht gevraagd voor deze gang van zaken en betichten Israël ervan een cultuur van straffeloosheid te hebben laten ontstaan. Veel Israëlische kolonisten en soldaten hebben dergelijke aanvallen tegen Palestijnen uitgevoerd en zijn ermee weggekomen. Sterker nog, veel aanvallen door kolonisten worden uitgevoerd onder het toeziend oog van het Israëlische leger. Zij grijpen dan niet in, maar houden veelal Palestijnse eigenaren en brandweerwagens tegen zodat de schade voor de Palestijnen zo groot mogelijk wordt. 

 Voorbeeld van een price tag aanval. Foto credit: Issam Rimawi/Flash90

Voorbeeld van een price tag aanval. Foto credit: Issam Rimawi/Flash90

Volgens de Israëlische NGO Yesh Din worden 85 procent van de onderzoeken gesloten zonder aanklacht en slechts 1,9 procent van de klachten ingediend door Palestijnen resulteert in een veroordeling. Tussen 2005 en 2015 werden door Yesh Din 260 gevallen gedocumenteerd waarbij de politie onderzoek instelde naar vandalisme toegebracht aan olijfbomen. Slechts in zes gevallen leidde dit tot een werkelijke aanklacht. 95 procent van de zaken werd gesloten vanwege het mislukken van het politie-onderzoek. Een enorm groot deel van politie-onderzoeken naar ideologisch gemotiveerde misdaden faalt, in het geval van onderzoeken naar olijfbomen mislukken deze het meest.*

De zaak van de twaalf vernielde olijfbomen in Turmusayya zal volgens de Israëlische politiewoordvoerder in behandeling genomen worden. Maar of deze zaak wel tot een aanklacht en veroordeling zal leiden valt nog maar te bezien.

Volgens OCHA van de Verenigde Naties werden er zo’n 107 aanvallen door kolonisten gerapporteerd op de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jerusalem in 2016.

Plant een Olijfboom steunt Palestijnse boeren wiens bomen vernield werden of wiens land niet gecultiveerd is en onder druk staat geconfisqueerd te worden. Dit gebeurd met de aanplant van jonge olijfbomen. Ook helpen vrijwilligers met het aanplanten van olijfbomen tijdens de plantreis in februari en een dag tijdens de Landdagreis in maart. Help ook mee!