Palestijnse verhalen in Nederland

We lezen veel over het onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan. Olijfbomen die vernield worden door kolonisten, land dat geconfisqueerd wordt door het Israëlische regime, soldaten die boeren die zich verzetten tegen confiscatie arresteren, teveel schendingen van de Palestijnse mensenrechten om hier even op te sommen. We kunnen mee gaan met een reis om praktisch te helpen, meer te leren en Palestijnen te ontmoeten. Maar soms is dat ook niet direct mogelijk omdat we druk zijn met werk, gezin of omdat het er nu gewoon even niet in zit om op reis te gaan. Gelukkig zijn er soms Palestijnen die naar ons toekomen, gewoon hier in Nederland, om hun persoonlijke verhalen met ons te delen. En wees niet bang, het is geen deprimerend stuk. Allerlei aspecten van het leven In Palestina komen aan bod.

In september zijn de jongeren van Storytelling Center ism Ashtar Theatre in Amsterdam (12-14 & 16 sept) en hopelijk ook Rotterdam (19 sept ovb) om ‘Next to Normal - Palestinian Stories Untold’ te laten zien. Hieronder vast een voorproefje.

Voorproefje, verhaal van Jasmin Shlalda

Palestina 27 januari 1992. Het is winter, het is grijs en het is koud. Mijn moeder bevalt van mijn op hetzelfde moment dat mijn vader geslagen en geschopt wordt door Israëlische soldaten. Ik werd geboren op dezelfde dag dat mijn vader gearresteerd werd. 12 jaar lang zat hij, met tussenpozen in de gevangenis. Ik zag hem dus af en toe, maar nooit op mijn verjaardag.  Maar dat was geen groot probleem, want we hadden een ritueel: op elke verjaardag stuurde hij me een brief met de volgende tekst

Je kwam op die vervelende dag
Je kwam op die verrukkelijke vervelende dag

De eerste keer dat hij uit de gevangenis kwam was ik net zindelijk aan het worden en hij stond erop dat hij me in alles zou helpen om me ook echt zindelijk te krijgen. Dus, hij was mijn ‘potty guy’, de man die me op de pot zette. ‘Altijd als ik naar het toilet moest, zie ik: Baba, ik moet plassen.’ Zo werd ik zindelijk, maar na een tijdje moest hij terug naar de gevangenis. En omdat ik ‘m daarna een lange tijd niet zag, begonnen alle herinneringen te verdwijnen, en op een geven moment bleef alleen het woord Baba achter in mijn hoofd.

Ik herinner me de eerste keer dat ik hem daarna weer zag. Het was een bezoekdag in de gevangenis. We zaten zes uur in de bus, langs checkpoints, security guards en soldaten en daar was hij! Hij zat voor me en voor de eerste keer kon ik het woord Baba dat al die tijd achter in mijn hoofd zat verbinden met een daadwerkelijk persoon. En was een afscheiding met gaas tussen ons. Ik kon ‘m zien, ik kon ‘m horen, maar ik kon ‘m niet aanraken. Maar hij was creatief. Hij zette zijn duim tegen zijn lip en stak zijn pink door het gaas. Ik raakte zijn pink aan met de mijn en stopte mijn duim in mijn mond. En zo gaven we elkaar een kus

Altijd als hij mij of mijn zus iets wilde vertellen schreef hij een brief. Drie of vier pagina’s, op voor en achterkant. Die rolde hij vervolgens op en verborg hij. Later rolde hij er toiletpapier omheen en dan duwde hij de brief op die manier door het gaas. Ik weet nog dat ik ‘m dat zag doen. Ik zag het toiletpapier van hem naar mijn moeder gaan en het eerste wat ik dacht was: ik moet naar het toilet. ‘Mama, ik moet op het potje.’
‘Ja Jasmin, ik weet het, maar je moet het nu even ophouden, het bezoekuur duurt nog maar twintig minuten.’
‘Ja maar mama, ik moet naar het toilet.’

En ik herinner me dat ik helemaal niet naar het toilet moest, ik zag alleen het toiletpapier.

‘Ik wil dat baba me naar het toilet brengt.’
‘Wat?’
‘Ik wil met baba naar het toilet.’
‘Maar hij kan je niet naar het toilet brengen, schatje, dat is onmogelijk.’
‘Wat bedoel je met dat is onmogelijk? Ik zag het toiletpapier!’
‘Toiletpapier… lieverd, we moeten gaan, we moeten onmiddellijk gaan.’
En onmiddellijk gingen we naar buiten, in de bus en de volgende zes uur huilde ik aan een stuk door en ik schreeuwde: waarom bracht hij me niet naar het toilet.

En de volgende maand werd ik elke nacht wakker met de vraag waarom hij me niet naar het toilet bracht. En een maand lang droomde ik dat ik een ladder had, die ik tegen de muur zette. Ik klom erop, pakte zijn hand en hij bracht me naar het toilet.

Maar het was maar een droom

Dit fragment is in het Nederlands, de voorstelling is in het Engels.